ECLI:NL:CRVB:2017:354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs woon- en financiële situatie
Appellant ontving sinds 2010 bijstand en was ingeschreven op een opgegeven adres. Na een onderzoek in 2013 werd de bijstand ingetrokken omdat appellant geen hoofdverblijf had op het opgegeven adres. Een nieuwe aanvraag in 2013 werd afgewezen wegens niet-wonen op het opgegeven adres, wat door rechtbank en Raad werd bevestigd.
In 2015 diende appellant opnieuw een aanvraag in, waarbij hij stelde op het opgegeven adres te wonen. Het college voerde een onderzoek uit naar zijn woon- en financiële situatie en concludeerde dat appellant onvoldoende gegevens had verstrekt, waardoor de aanvraag werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan bewijs.
In hoger beroep voerde appellant aan voldoende gegevens te hebben verstrekt en dat het college geen huisbezoek had afgelegd. De Raad oordeelde dat de bewijslast bij appellant lag en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt op het opgegeven adres te wonen. Betalingen voor nutsvoorzieningen en bankafschriften waren aan het opgegeven adres gekoppeld, zonder afdoende verklaring. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.