ECLI:NL:CRVB:2017:3566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AIO-aanvulling wegens onvoldoende informatie over vermogen ex-echtgenoot
Appellant, die sinds februari 2014 AOW ontvangt, vroeg een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) aan samen met zijn toenmalige echtgenote. Deze aanvraag werd afgewezen omdat er geen bewijs was over de waarde van een onroerende zaak van zijn ex-echtgenoot in Egypte. Na de echtscheiding vroeg appellant opnieuw AIO aan, nu als alleenstaande, maar ook deze aanvraag werd afgewezen wegens onvoldoende informatie over zijn financiële situatie en het vermogen van zijn ex-echtgenoot.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de onroerende zaak buiten de gemeenschap van goederen viel omdat deze vóór 15 mei 1997 was verkregen, toen Egyptisch recht van toepassing was. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over de datum waarop het vermogen tot zijn ex-echtgenoot ging behoren, wat essentieel is voor het recht op AIO.
Appellant stelde ook dat hij niet over zijn aandeel in de onroerende zaak kon beschikken en dat een procedure bij de rechtbank Midden-Nederland was gevoerd, maar hij onderbouwde deze stelling niet. De Raad verwierp deze beroepsgrond eveneens.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de AIO-aanvulling wegens onvoldoende informatie over het vermogen van de ex-echtgenoot.