ECLI:NL:CRVB:2017:3567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens niet tijdige melding verhuizing bij bijstand
Appellant ontving bijstand en verhuisde per 31 oktober 2014 naar een andere gemeente zonder dit tijdig aan het college van burgemeester en wethouders van Groningen te melden. Hoewel appellant zijn adreswijziging conform de Wet basisregistratie personen aan de nieuwe gemeente had doorgegeven, was hij verplicht dit onverwijld aan het college te melden. Het college legde een boete op wegens het schenden van deze inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze boete ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellant inderdaad niet tijdig had gemeld en dat het college bevoegd was een boete op te leggen. Het college had de boete in hoger beroep verlaagd tot een evenredig bedrag van €570,99.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het oorspronkelijke boetebesluit, verklaarde het beroep gegrond en het beroep tegen het nieuwe lagere boetebesluit ongegrond. Tevens werd bepaald dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het oorspronkelijke boetebesluit wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard, maar het verlaagde boetebesluit van €570,99 wordt gehandhaafd als evenredig.