ECLI:NL:CRVB:2017:3595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens ongeschiktheid door ongewenst gedrag ondanks PTSS
Appellant was sinds 2001 werkzaam bij de politie en werd ontslagen wegens ongeschiktheid voor zijn functie vanwege herhaaldelijk ongewenst gedrag en ongepaste opmerkingen richting (vrouwelijke) collega’s. Diverse interne onderzoeken en beoordelingen sinds 2002 toonden aan dat appellant onvoldoende functioneerde op het gebied van gedrag, communicatie en zelfreflectie.
Hoewel appellant stelde dat zijn gedragingen voortkwamen uit een PTSS, concludeerde een psychiater dat er geen direct verband was tussen de PTSS en het ontslagbesluit. De gedragingen waren overwegend te verklaren vanuit het karakter van appellant en niet uitsluitend vanuit de PTSS. De korpschef bood appellant meerdere kansen tot verbetering en begeleiding, maar appellant bleef ongepast gedrag vertonen.
De Raad oordeelde dat de korpschef bevoegd was het ontslagbesluit te nemen en dat dit besluit in redelijkheid genomen was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ongeschiktheid voor de functie wordt bevestigd.