ECLI:NL:CRVB:2017:3613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand dakloze zonder woning en geen terugwerkende kracht
Appellant, die sinds 2011 bijstand ontving, zag zijn bijstand in 2012 ingetrokken wegens niet-naleving van verplichtingen. Na meerdere mislukte aanvragen werd bijstand vanaf 21 mei 2015 toegekend met een korting van 18% vanwege zijn dakloze situatie zonder eigen woning.
De rechtbank wees het beroep van appellant tegen deze verlaging en de ingangsdatum van de bijstand af. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunt toe te lichten, dat bijzondere omstandigheden een terugwerkende bijstand rechtvaardigden en dat de verlaging onterecht was vanwege woonkosten bij familie en een stichting.
De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk zijn standpunt mondeling had toegelicht, dat de medische verklaring onvoldoende was om bijzondere omstandigheden aan te tonen en dat problemen met de bijstandsconsulent geen grond vormden. De verlaging van de bijstand met 18% was rechtmatig op grond van artikel 27 van Pro de Participatiewet en de beleidsregel van Den Haag, omdat appellant geen eigen woning had en dakloos was.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de verlaging van de bijstand wegens dakloosheid bevestigd.