Appellant ontving bijstand vanaf 1 juni 2011 en kreeg toestemming om freelance werkzaamheden te verrichten met verplichte melding van inkomsten. Later bleek dat appellant sinds 25 oktober 2012 als bestuurder en mede-eigenaar in het Poolse handelsregister stond ingeschreven en werkzaamheden verrichtte voor een vennootschap. Het college trok de bijstand in vanaf 1 juni 2011 wegens niet-melding hiervan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant de inlichtingenplicht vanaf 25 oktober 2012 heeft geschonden door zijn betrokkenheid en werkzaamheden niet te melden. Dit rechtvaardigt intrekking van de bijstand vanaf die datum. Voor de periode daarvoor is onvoldoende bewijs dat appellant werkzaamheden verrichtte of inkomsten genoot, zodat intrekking onterecht is.
De Raad vernietigt daarom het besluit tot intrekking van bijstand over 1 juni 2011 tot en met 24 oktober 2012 en herroept het besluit van 27 januari 2015 voor die periode. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.