ECLI:NL:CRVB:2017:3649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet-verblijven op opgegeven adressen
Appellant heeft op 1 juli 2015 een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Participatiewet en daarbij drie verblijfsadressen opgegeven. De Dienst Werk en Inkomen van Amsterdam voerde een onderzoek uit waarbij handhavingsspecialisten de opgegeven adressen bezochten, maar appellant werd niet aangetroffen. Op basis hiervan heeft het college de aanvraag afgewezen wegens het niet naleven van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad overwoog dat een aanvrager, ook als dak- of thuisloze, controleerbare gegevens moet verstrekken over zijn verblijfplaats. De verklaringen van bewoners van de opgegeven adressen toonden aan dat appellant daar niet verbleef in de relevante periode.
De Raad concludeerde dat het college terecht heeft geoordeeld dat appellant geen juiste of volledige opgave heeft gedaan van zijn verblijfplaatsen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd dan ook afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen omdat hij niet op de opgegeven adressen verbleef.