ECLI:NL:CRVB:2017:3714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en boete bij niet-nakoming inlichtingenplicht bij bijstand
Appellant ontving bijstand vanaf 1 januari 2013, die het college bij besluit van 10 december 2013 introk en terugvorderde wegens het niet verstrekken van gevraagde bankafschriften en bewijs van opheffing van bankrekeningen. Tevens werd een boete opgelegd van €9.900, die later ambtshalve werd verlaagd naar €5.000.
Appellant verzocht om herziening van deze besluiten, maar het college wees dit af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwist appellant de boete op basis van alsnog overgelegde bankafschriften.
De Raad oordeelt dat de alsnog overgelegde gegevens geen nieuwe feiten zijn en bevestigt het besluit tot terugvordering. Wel constateert de Raad een gebrek in de motivering van het nader besluit over de boete, omdat het college niet onderzocht heeft of het recht op bijstand alsnog kon worden vastgesteld met de nieuwe gegevens. Daarom wordt het college opgedragen dit te herstellen binnen tien weken.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt bevestigd, het hoger beroep tegen de boete is niet-ontvankelijk en het college moet de boete opnieuw vaststellen.