ECLI:NL:CRVB:2017:3765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant ontving een WW-uitkering vanaf oktober 2014. Het UWV verlaagde deze uitkering per juli 2015 met 25% voor vier maanden omdat appellant onvoldoende had gesolliciteerd in de periode april tot juli 2015. Het bezwaar van appellant werd door het UWV ongegrond verklaard en de rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zich voldoende had ingespannen en telefonisch contact had opgenomen met het UWV om zijn sollicitaties kenbaar te maken. Hij stelde ook dat hij beschikte over een geldig rijbewijs en voldoende open sollicitaties had verricht. De Raad concludeerde echter dat appellant niet aan de gemaakte afspraken had voldaan, met name omdat hij niet adequaat had gereageerd op het bericht dat zijn sollicitaties per e-mail niet waren aangekomen.
Verder bleek dat appellant uitsluitend op chauffeursfuncties had gesolliciteerd terwijl hem was opgedragen zich breder te oriënteren. Ook was zijn rijbewijs in de betreffende periode verlopen, wat appellant niet had gemeld. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid en bevestigde de maatregel van het UWV. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 25% gedurende vier maanden wordt bevestigd wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen.