ECLI:NL:CRVB:2017:3820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eerste ziektedag en loondoorbetalingsverplichting bij WIA-uitkering
Werknemer was sinds 12 oktober 2012 wegens ernstige rugklachten volledig arbeidsongeschikt. Hij vroeg op 9 april 2013 een WIA-uitkering aan, die door appellant werd afgewezen omdat niet voldaan was aan de volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid en wachttijd. Tijdens bezwaar werd de eerste arbeidsongeschiktheidsdag nader onderzocht en vastgesteld op 24 april 2006.
Betrokkene verzocht appellant om deze eerste ziektedag opnieuw vast te stellen. Bij besluit van 13 mei 2014 werd werknemer een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 40,53%, waarbij loonbetaling door betrokkene in mindering werd gebracht. Betrokkene maakte bezwaar tegen de loondoorbetalingsverplichting, stellende dat werknemer na aanpassing van arbeidsuren in 2006 nog steeds bedongen arbeid verrichtte.
De rechtbank vernietigde het besluit van 15 augustus 2014 en oordeelde dat geen sprake was van wijziging van bedongen arbeid, waardoor loondoorbetaling niet verplicht was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat door vermindering van arbeidsuren sprake was van gewijzigde bedongen arbeid en handhaafde het besluit. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit van 13 mei 2014 niet voldoet aan de artikelen 54 en 55 van de Wet WIA en dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen, waarbij de eerdere beslissing als bedoeld in artikel 54 ten Pro grondslag moet liggen.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de rechtbankuitspraak bevestigd. Appellant wordt opgedragen binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen, waarbij het beroep tegen deze nieuwe beslissing alleen bij de Raad kan worden ingesteld. Tevens wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen conform de Wet WIA.