ECLI:NL:CRVB:2017:3877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar
Appellant heeft meerdere keren een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft telkens vastgesteld dat hij geen recht heeft op een uitkering. De rechtbank heeft deze besluiten bevestigd en de Centrale Raad van Beroep behandelt het hoger beroep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil is of appellant binnen vijf jaar na afloop van de wachttijd op grond van dezelfde oorzaak toegenomen arbeidsongeschikt is geworden. Appellant stelt dat zijn psychische klachten, waaronder een recidiverende depressie, zijn verslechterd en dat de beperkingen daardoor onderschat zijn.
De Raad oordeelt dat de medische beoordeling van het UWV zorgvuldig en overtuigend is. De diagnose van een recidiverende depressie is volgens de Raad niet voldoende onderbouwd als een toename van arbeidsongeschiktheid binnen de relevante periode. Ook is geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering omdat niet is vastgesteld dat hij binnen vijf jaar na afloop van de wachttijd toegenomen arbeidsongeschikt is geworden uit dezelfde oorzaak.