ECLI:NL:CRVB:2017:3930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beslissing over onvoldoende medische motivering in WIA-uitkeringszaak
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, die door het UWV werd afgewezen op basis van medische rapporten waarin werd gesteld dat hij ondanks beperkingen ten minste 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Na bezwaar en beroep bleef het UWV bij deze conclusie, ondersteund door psychiatrische en verzekeringsartsrapporten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep anders. De Raad stelde vast dat de medische onderbouwing van het besluit onvoldoende specifiek en onvoldoende toegespitst was op de situatie van appellant. Diverse rapporten van psychiaters toonden een ernstige psychiatrische stoornis, waaronder schizofrenie van het katatone type, die consistent was over meerdere jaren.
De verzekeringsartsen van het UWV hadden onvoldoende gemotiveerd waarom de medische situatie in 2014 niet ernstig was, terwijl appellant had aangetoond dat zijn situatie toen al ernstig was. De Raad concludeerde dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad gaf het UWV opdracht om binnen zes weken het besluit te herstellen en beter te motiveren, zodat een definitieve beslissing over het recht op uitkering kan worden genomen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit binnen zes weken te herstellen wegens onvoldoende medische motivering.