ECLI:NL:CRVB:2017:4000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op WAO-besluiten wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant ontving vanaf 1996 een WAO-uitkering die in 2006 en 2010 is beëindigd dan wel geweigerd op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Diverse bezwaar- en beroepsprocedures bleven zonder succes, waarbij de Raad eerder oordeelde dat appellant geen aanspraak kon maken op een uitkering op grond van artikel 43a van de WAO (de Amber-regeling).
In 2015 verzocht appellant het UWV om terug te komen op de besluiten van 2006 en 2010, stellende dat de medische situatie onjuist was beoordeeld vanwege een onderschatting van het risico op hersenbloedingen. Het UWV wees dit verzoek af, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die niet eerder bekend konden zijn.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze afwijzing. De Raad overweegt dat het UWV zich zorgvuldig heeft voorbereid en gemotiveerd, en dat de medische situatie destijds adequaat is beoordeeld met inachtneming van het advies van de neurochirurg. Het optreden van nieuwe hersenbloedingen na de besluiten sluit niet uit dat de eerdere beoordelingen juist waren. Er is geen sprake van evident onredelijkheid.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het beroep ongegrond is en dat het verzoek van appellant terecht is afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om terug te komen op eerdere WAO-besluiten wordt afgewezen.