ECLI:NL:CRVB:2017:4005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie Behandeling individueel en afwijzing hogere indicatie persoonlijke verzorging
Appellante, een kind met een verstandelijke beperking en psychomotorische ontwikkelingsachterstand, is door het CIZ geïndiceerd voor Behandeling individueel en Persoonlijke verzorging klasse 2. De ouders maakten bezwaar tegen de indicatie, stellende dat een hogere klasse Persoonlijke verzorging en Begeleiding individueel noodzakelijk is vanwege de intensieve zorgbehoefte van appellante.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de benodigde zorg grotendeels onder gebruikelijke zorg valt voor een vijfjarig kind. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze conclusie. De Raad oordeelt dat de indicatie voor Behandeling individueel passend is en dat een hogere indicatie voor Persoonlijke verzorging niet is aangetoond.
De Raad gaat niet mee in het bezwaar dat een onbekende hulpverlener in huis ongewenst zou zijn, omdat dit niet nader is onderbouwd en appellante gewend is aan meerdere zorgverleners. Ook acht de Raad het toezicht binnens- en buitenshuis gebruikelijke zorg voor een kind van vijf jaar. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de indicatie van het CIZ bevestigd.