ECLI:NL:CRVB:2017:4048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging WW-uitkering wegens niet-naleving sollicitatieplicht
Appellant ontving een WW-uitkering en werd door het UWV meerdere malen een maatregel opgelegd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten. De laatste maatregel betrof een verlaging van 100% van de uitkering voor vier maanden wegens herhaalde overtreding in de periode van 27 augustus tot en met 23 september 2014.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet aantoonde arbeidsongeschikt te zijn in de betreffende periode en dat er geen dringende reden was om af te zien van de maatregel. Appellant stelde in hoger beroep dat hij door psychische klachten niet kon solliciteren en dat de maatregel onaanvaardbare gevolgen had, onderbouwd met een rapport van een verzekeringsarts.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank, stelde vast dat de medische gegevens geen bewijs leverden van arbeidsongeschiktheid in de relevante periode, en dat de psychische klachten pas later erkend werden. Ook was er geen bewijs dat de maatregel onaanvaardbare financiële of sociale gevolgen had. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De maatregel van 100% verlaging van de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.