ECLI:NL:CRVB:2017:4062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en geoormerkte lening niet aannemelijk
Appellant ontvangt sinds 2009 bijstand op grond van de Participatiewet. Tijdens een heronderzoek vroeg het college bankafschriften op waaruit kasstortingen bleken die appellant niet had gemeld. Het college herzag de bijstand over de betreffende maanden en vorderde een bedrag terug wegens niet gemelde inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het ging om leningen die hij had afgesloten om een huurachterstand af te lossen, en dat deze kasstortingen daarom niet als middelen in de bijstand moesten worden meegeteld.
De Raad oordeelde dat leningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet vrij over de kasstortingen kon beschikken. Ook had appellant de inlichtingenverplichting geschonden door de stortingen niet te melden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de bijstand bevestigd wegens niet gemelde kasstortingen.