ECLI:NL:CRVB:2017:4078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, werkzaam als zorgverlener, vroeg een WIA-uitkering aan vanwege rechterschouderklachten. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant niet verzekerd was op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag. Na vernietiging van dat besluit door de Raad volgde een nieuw onderzoek waarbij beperkingen werden vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 12 juli 2012.
Het UWV selecteerde passende functies op basis van deze FML en concludeerde dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering vanwege onvoldoende verlies aan verdiencapaciteit. Appellant betwistte dit en stelde dat zijn klachten ernstiger waren dan in de FML vermeld, mede vanwege agressieproblematiek en pijnklachten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de FML van de verzekeringsarts juist was, ondanks afwijkingen met de FML van de bedrijfsarts. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies werd bevestigd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder het ontbreken van een nader medisch onderzoek en de afwezigheid van de verzekeringsarts bij de hoorzitting. De Raad concludeerde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en deugdelijk was, dat de FML een gedifferentieerde belastbaarheid van de schouders bevatte en dat de klachten van appellant onvoldoende aanleiding gaven om de beperkingen te herzien.
Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende vastgestelde beperkingen.