ECLI:NL:CRVB:2017:4091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling maatmanomvang en mate van arbeidsongeschiktheid bij WIA-uitkering
Appellant, werkzaam als chauffeur en gemeenteraadslid, meldde zich ziek wegens benauwdheidsklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant niet geschikt was voor zijn eigen werk en berekende het loonverlies en de mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond, waarbij zij de vaststelling van de maatmanomvang en het verlies aan verdienvermogen onderschreef. Appellant stelde in hoger beroep dat de maatmanomvang ten onrechte op minder dan 20 uur was vastgesteld, terwijl hij meende dat dit 20 uur per week bedroeg.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de arbeidsdeskundige de maatmanomvang juist had vastgesteld op basis van het aantal verloonde uren in de referteperiode, met gegevens van de werkgever aan de belastingdienst. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Zeijen en leden Bakker en Hardonk-Prins op 24 november 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van de maatmanomvang en arbeidsongeschiktheid bevestigd.