ECLI:NL:CRVB:2017:4094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herhaalde Wajong-aanvraag zonder nieuwe feiten of verslechtering
Appellant diende in 2014 een herhaalde aanvraag in voor een Wajong-uitkering, nadat het Uwv in 2010 reeds een afwijzing had gegeven. De aanvraag werd ondersteund door een psychodiagnostisch rapport uit 2009 en een Pro Justitia-rapport uit 2013 waarin een nieuwe diagnose werd gesteld.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb, en dat het Uwv de aanvraag terecht had afgewezen. De rechtbank stelde wel dat het Uwv onvoldoende had onderzocht of de aanvraag voor de toekomst tot een ander besluit zou leiden, waardoor het besluit werd vernietigd en het Uwv werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
Het Uwv nam een nieuw besluit, dat in hoger beroep door de Centrale Raad werd getoetst. De Raad bevestigde dat de beperkingen van appellant sinds zijn 18e niet zijn toegenomen en dat de nieuwe diagnose geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken werden bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken worden bevestigd.