Betrokkene, geboren in 1995 en deels verlamd door spina bifida, is volledig rolstoelgebonden en heeft complexe zorgbehoeften zoals katheteriseren, klysma's en nachtelijke zorg. Hij heeft een verhoogd risico op urineweginfecties en nierstenen, en is niet in staat zelf tijdig om hulp te vragen.
Appellant, het CIZ, had betrokkene aanvankelijk een Wlz-indicatie toegekend tot eind 2016, maar besloot daarna dat betrokkene vanaf 1 januari 2017 niet meer in aanmerking kwam voor Wlz-zorg. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk, maar vernietigde de latere besluiten en herroept het besluit van januari 2016, omdat 24-uurs zorg noodzakelijk is.
De Raad overweegt dat betrokkene voldoet aan artikel 3.2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wlz vanwege zijn blijvende behoefte aan 24-uurs zorg in de nabijheid. De medische adviezen bevestigen het verhoogde risico en de noodzaak van frequente observatie. De Raad wijst erop dat het beroep op Zvw en Wmo niet relevant is voor de Wlz-indicatie.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank, maar stelt dat het herroepen van het eerdere besluit onvoldoende tegemoetkomt aan de wens van betrokkene voor een Wlz-indicatie na 1 juli 2017. Daarom draagt de Raad appellant op een nieuw indicatiebesluit te nemen conform deze uitspraak. Tevens wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.