ECLI:NL:CRVB:2017:4161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om functieonderhoud wegens tijdelijke extra werkzaamheden
Appellante, werkzaam bij de gemeente Amsterdam sinds 2007, verzocht om functieonderhoud op basis van extra werkzaamheden die zij verrichtte naast haar reguliere functie. Het college wees dit verzoek af omdat de extra taken tijdelijk waren en per 1 juli 2016 aan anderen waren overgedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellante niet had bewezen dat de extra werkzaamheden structureel van aard waren. In hoger beroep stelde appellante dat deze taken wel degelijk structureel waren, maar de Raad oordeelde dat het verzoek om functieonderhoud betrekking heeft op wezenlijke, langdurige afwijkingen van de functiebeschrijving, hetgeen niet aannemelijk was gemaakt.
De Raad benadrukte dat de extra werkzaamheden voortkwamen uit een wens van appellante om zich te ontwikkelen en dat deze taken waren bedoeld als tijdelijke invulling binnen een reorganisatie. De beoordeling van het functioneren in 2014 en 2015, waarin de extra taken werden betrokken, was onvoldoende om te concluderen dat sprake was van een structurele functiewijziging.
Daarom is het college terecht niet overgegaan tot functieonderhoud en is de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om functieonderhoud wordt afgewezen omdat de extra werkzaamheden tijdelijk en niet structureel zijn.