ECLI:NL:CRVB:2017:4186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering en boete wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Appellant was vanaf 29 april 2011 werkzaam bij een recreatiepark en kreeg vanaf 2 februari 2012 een Ziektewetuitkering. Het UWV ontdekte via een fraudemelding dat appellant sinds november 2010 als eigenaar stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel van twee ondernemingen en dat hij werkzaamheden verrichtte zonder dit te melden.
Het UWV beëindigde daarom per 1 mei 2012 de Ziektewetuitkering en toeslag en vorderde onverschuldigde betalingen terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond en oordeelde dat appellant opzettelijk handelde.
In hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat de boete niet passend was, mede vanwege zijn financiële situatie en faillissement. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig, stelde vast dat sprake was van opzettelijk handelen en dat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële draagkracht.
De Raad bevestigde de beëindiging van de uitkering, de terugvordering en de boete en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering, de terugvordering en de boete wegens opzettelijk niet nakomen van de inlichtingenplicht.