ECLI:NL:CRVB:2017:4227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende financiële informatie
Appellanten dienden een aanvraag om bijstand in na beëindiging van een eenmanszaak en gaven aan te leven van spaargeld. Het college verzocht om financiële gegevens over een periode vanaf januari 2014 om het recht op bijstand te beoordelen. Tijdens een gesprek verklaarden appellanten te hebben geleefd van spaargeld en leningen van familie, maar zij leverden onvoldoende verifieerbare bewijsstukken.
Het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende informatie over de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat het college niet over een periode van drie jaar gegevens mocht opvragen en dat zij voldoende inzicht hadden gegeven.
De Raad oordeelde dat het college gerechtigd was om gegevens te vragen over de periode direct voorafgaand aan de aanvraag en dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt hoe zij in hun levensonderhoud voorzagen. De eerdere toekenning van bijstand na de beoordelingsperiode was niet relevant voor de periode in kwestie.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag.