ECLI:NL:CRVB:2017:4335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kostendelersnorm wegens onvoldoende onderzoek woonadres zoon
Appellant ontvangt bijstand en het college heeft de bijstand herzien op basis van de kostendelersnorm, omdat de meerderjarige zoon van appellant in de BRP op hetzelfde adres stond ingeschreven. Appellant betwistte dat zijn zoon daar daadwerkelijk woonde en gaf aan dat het slechts een postadres betrof. Het college heeft geen nader onderzoek ingesteld na deze betwisting en baseerde het besluit uitsluitend op de inschrijving in de BRP.
De Raad oordeelt dat de inschrijving in de BRP niet doorslaggevend is voor het woonadres en dat het college bij betwisting van appellant verplicht was nader onderzoek te doen. Het huisbezoekpoging was onvoldoende en het college heeft geen consequenties verbonden aan de weigering van medewerking. Hierdoor is het besluit niet zorgvuldig voorbereid en ontbreekt een deugdelijke feitelijke grondslag.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de eerdere besluiten tot terugvordering van bijstand, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het college in de proceskosten. Appellant behoudt de toeslag van 20% op zijn bijstand vanaf 18 november 2013.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het woonadres van de zoon.