Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
treedt van het besluit van 8 oktober 2015;
€ 169,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een WW-uitkering vanaf 1 oktober 2012. Het Uwv herzag de uitkering per 30 december 2013 en vorderde onverschuldigde betalingen terug over de periode tot 17 augustus 2014. Tevens legde het Uwv een boete van €740,- op wegens het niet melden van doorbetaalde feestdagen, vakantie- en ziekte-uren.
Appellant voerde aan dat hij de doorbetaling van feestdagen niet hoefde te vermelden en dat hij de vakantie had doorgegeven. Hij stelde dat het Uwv op de hoogte was van doorbetaling tijdens ziekte en dat het een vergissing betrof. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden.
In hoger beroep stelde appellant dat hij telefonisch melding had gemaakt van de doorbetaling, maar kon dit niet bewijzen. Hij voerde aan dat het Uwv vanaf 1 juli 2015 geen boetes meer oplegt bij discrepanties door systeemkoppelingen, en dat dit beleid in strijd is met het rechtszekerheids- en gelijkheidsbeginsel. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de uren had doorgegeven en dat de boete passend was. Wel werd de boete aangepast naar €733,16 vanwege een wijziging in het Boetebesluit.
De Centrale Raad vernietigde de eerdere uitspraak, stelde de boete vast op €733,16, veroordeelde het Uwv in de proceskosten en wees het beroep toe.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt vastgesteld op €733,16 en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.