ECLI:NL:CRVB:2017:4372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid zonder toename
Appellante was sinds 2001 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering die in 2005 werd herzien naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. Na hervatting van werkzaamheden en latere uitval werd de uitkering in 2013 herzien naar 80-100% arbeidsongeschiktheid met terugwerkende kracht tot 2010.
Appellante voerde aan dat de herziening onjuist was en pas per 2012 had moeten plaatsvinden, met een hoger dagloon. Ook betwistte zij de vaststelling van de omvang van de maatman op 31 uur per week.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek, maar het Uwv herstelde dit. De Centrale Raad oordeelt dat de maatman correct is vastgesteld op 31 uur, dat de herziening per 16 juni 2010 terecht is toegepast met een verkorte wachttijd van vier weken, en dat er geen latere toename van arbeidsongeschiktheid is geweest die een nieuw dagloon zou rechtvaardigen.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de herziening van de WAO-uitkering per 16 juni 2010 terecht was en wijst het hoger beroep af.