ECLI:NL:CRVB:2017:4434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet
Appellante heeft een wezenuitkering aangevraagd die met ingang van 1 mei 2014 is toegekend. Zij stelde dat de uitkering ten onrechte niet met terugwerkende kracht vanaf januari 2012 was toegekend en dat de Sociale verzekeringsbank (Svb) een informatieplicht had die niet was nagekomen.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat de Svb niet verplicht was om de uitkering verder terugwerkend toe te kennen dan één jaar voor de aanvraag. De Raad bevestigt deze uitspraak en overweegt dat er geen wettelijke inlichtingenverplichting van de Svb bestaat, ook niet in bijzondere gevallen.
De Raad neemt mee dat de onbekendheid van appellante en haar pleegmoeder met de rechten en de informatiebrief niet leidt tot een bijzonder geval dat een ruimere terugwerkende kracht zou rechtvaardigen. De risico’s van onbekendheid komen voor rekening van appellante.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Svb niet verplicht is de wezenuitkering verder terugwerkend toe te kennen dan één jaar voor de aanvraag.