Uitspraak
16.2347 WMO
11 maart 2016, 15/2747 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst af het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met beperkingen bij huishoudelijke taken, kreeg aanvankelijk huishoudelijke hulp toegekend op grond van de Wmo. Het college besloot de hulp niet te verlengen omdat haar twee volwassen kinderen geacht worden gebruikelijke zorg te verlenen. Medisch onderzoek toonde aan dat de dochter geen belemmeringen heeft om huishoudelijke taken uit te voeren en er geen sprake is van overbelasting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college zorgvuldig heeft gehandeld, ook zonder een nieuw keukentafelgesprek. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar kinderen wegens medische klachten geen zorg kunnen verlenen, maar dit werd niet onderbouwd met voldoende bewijs.
De Raad concludeerde dat de verordening geen verplichting tot een keukentafelgesprek op locatie voorschrijft en dat het college adequaat onderzoek heeft gedaan. De dochter kan de benodigde huishoudelijke hulp bieden, zodat het college terecht de indicatie niet verlengde. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het college heeft terecht de huishoudelijke hulp niet verlengd omdat de volwassen dochter gebruikelijke zorg kan verlenen.