ECLI:NL:CRVB:2017:4483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herleving WIA-uitkering en beëindiging Ziektewet-uitkering
Appellante, voormalig tuinbouwmedewerkster, viel in 2005 uit wegens psychische klachten en ontving vanaf 2007 een WIA-uitkering, die in 2008 werd omgezet in een IVA-uitkering. Deze uitkering werd in 2011 beëindigd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na diverse ziekmeldingen en juridische procedures werd haar recht op ziekengeld toegekend en later beëindigd.
Appellante verzocht om herleving van haar WIA-uitkering per 28 mei 2013, maar het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde haar beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet in staat was tot arbeid, onderbouwd met medische rapporten en een GGD-beoordeling. Het UWV verweerde zich met uitgebreide medische en arbeidskundige onderzoeken.
De Raad concludeert dat de beperkingen van appellante niet zijn onderschat en dat zij geschikt is voor passende functies met een verlies aan verdienvermogen onder de 35%. Ook de beëindiging van het recht op ziekengeld per 11 juli 2014 wordt bevestigd. De Raad volgt het UWV en de rechtbank en wijst het hoger beroep af, waarmee de aangevallen uitspraken worden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op herleving van haar WIA-uitkering en dat de beëindiging van haar Ziektewet-uitkering terecht is.