ECLI:NL:CRVB:2017:4509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, vroeg bijzondere bijstand aan voor woninginrichting om haar woning geschikt te maken voor het verblijf van haar kinderen. Het college van burgemeester en wethouders van Lelystad wees deze aanvraag af op grond van het beleid dat een reservering van 4% van het inkomen voor dergelijke kosten redelijk is, ook bij schulden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Zij stelde dat haar schulden, ziekte, extra medische kosten, en de noodzaak van de meubels voor de omgangsregeling bijzondere omstandigheden vormden die een uitzondering op het reserveringsbeleid rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van reserveringsruimte door schulden geen bijzondere omstandigheid is die bijzondere bijstand rechtvaardigt. Appellante had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet kon reserveren. Het beleid van het college is redelijk en strookt met vaste rechtspraak. Ook was een huisbezoek niet noodzakelijk voor een zorgvuldige beoordeling.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.