Uitspraak
9 maart 2015, 14/2701 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
De gemeente Almelo ontving voor 2011 een uitkering op grond van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) gebaseerd op een taakstelling van 706,92 arbeidsjaren. Bij de verantwoording over 2011 werd echter een lager aantal gerealiseerde arbeidsjaren opgegeven (653,03), wat leidde tot een terugvordering van € 1.388.099 door de staatssecretaris. Almelo stelde dat door een fout van de accountant het aantal arbeidsjaren onjuist was verantwoord en diende een gecorrigeerde verantwoordingsinformatie in, maar dit was na de wettelijke termijn.
De Raad oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van de verantwoordingsinformatie die op 30 september 2013 beschikbaar was en dat correcties daarna niet in aanmerking genomen worden. De fout was niet kennelijk, omdat de staatssecretaris niet kon vaststellen dat de gegevens onjuist waren. De terugvordering is een dwingendrechtelijke maatregel zonder ruimte voor belangenafweging en is niet in strijd met het Europees Handvest inzake lokale autonomie.
Het hoger beroep van Almelo werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De terugvordering van de uitkering aan gemeente Almelo wordt bevestigd wegens foutieve verantwoordingsinformatie zonder dat sprake is van een kennelijke fout.