Uitspraak
9 maart 2015, 14/2699 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
De gemeente Hellendoorn ontving voor 2011 een Wsw-uitkering van ruim vijf miljoen euro, gebaseerd op een taakstelling van 196,73 arbeidsjaren. Bij de verantwoording bleek dat slechts 189,92 arbeidsjaren waren gerealiseerd, wat leidde tot een terugvordering van €175.412 door de staatssecretaris. De gemeente betwistte dit en corrigeerde de verantwoordingsinformatie later, maar buiten de wettelijke termijn.
De Raad oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van de verantwoordingsinformatie waarover hij op 30 september 2013 beschikte, en dat correcties die later werden ingediend niet in aanmerking konden worden genomen. Ook was er geen sprake van een kennelijke fout die een uitzondering zou rechtvaardigen. De terugvordering is een dwingendrechtelijke maatregel zonder ruimte voor belangenafweging.
Verder oordeelde de Raad dat de terugvordering niet in strijd is met het Europees Handvest inzake lokale autonomie, omdat het regime is gebaseerd op het belang van een juiste en tijdige verantwoording en niet als een bestraffende sanctie kan worden gezien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van de Wsw-uitkering wordt bevestigd omdat de correctie buiten de wettelijke termijn is ingediend en er geen sprake is van een kennelijke fout.