Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak 1 niet-ontvankelijk;
- bevestigt de aangevallen uitspraken 2 en 3.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als callcenter agent, viel uit wegens longklachten en betwistte haar geschiktheid voor arbeid en het recht op Ziektewet- en WIA-uitkeringen. Het UWV had haar vanaf 31 maart 2011 geschikt geacht voor soortgelijke werkzaamheden en haar WIA-uitkering geweigerd wegens het niet volbrengen van de wachttijd van 104 weken.
De rechtbanken oordeelden dat appellante geen recht had op ziekengeld omdat zij geen uitkeringssituatie had en dat zij geschikt was voor arbeid bij een soortgelijke werkgever, mede gelet op de Arbo-regels. Ook werd het beroep op artikel 30b ZW verworpen omdat zij geen ZW-uitkering had ontvangen. De WIA-uitkering werd geweigerd omdat de wachttijd niet was vervuld.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. Het hoger beroep tegen de eerste uitspraak werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. De Raad vond de medische rapporten van de verzekeringsarts zorgvuldig en gemotiveerd en zag geen aanleiding om de conclusies over geschiktheid en uitkeringsrecht te wijzigen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen één uitspraak is niet-ontvankelijk verklaard en de overige uitspraken bevestigd.