ECLI:NL:CRVB:2017:50
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering en boete wegens onjuiste inschrijving GBA
Appellant stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) onder een adres waar hij niet daadwerkelijk woonde. De minister herzag de studiefinanciering vanaf oktober 2012 naar de norm voor thuiswonenden en legde een bestuurlijke boete op. Appellant voerde aan dat hij niet kon worden verweten dat hij zich niet op zijn feitelijke woonadres kon inschrijven, omdat zijn kamer niet als woonadres bekend was en zijn moeder geen woning had.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door zich onjuist in te schrijven. De minister hoefde geen toepassing van de hardheidsclausule te overwegen. Appellant stelde in hoger beroep dat de hardheidsclausule ten onrechte niet werd toegepast en dat hij in aanmerking moest komen voor een uitzondering op de inschrijving in de GBA.
De Raad oordeelt dat het niet wonen op het ingeschreven adres een schending is van artikel 1.5 Wsf 2000 en dat de boete passend is. De situatie van appellant, die op een zolderkamer woonde die niet als woonadres in de GBA stond, vormt geen reden voor toepassing van de hardheidsclausule. Ook het ontbreken van een woning voor zijn moeder leidt niet tot een ander oordeel. De aanvraag voor uitzondering inschrijving GBA is terecht afgewezen omdat appellant wel een vaste woonplaats had maar zich verwijtbaar onjuist had ingeschreven.
Het hoger beroep wordt verworpen, de bestreden uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen en bestreden uitspraak bevestigd; boete en herziening studiefinanciering blijven gehandhaafd.