ECLI:NL:CRVB:2017:503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-voorschot startende zelfstandige volgens Inkomstenbesluit
Appellant ontving vanaf 1 maart 2010 een WW-uitkering en kreeg toestemming voor een startperiode als zelfstandige van 22 maart tot 19 september 2010, waarbij de WW-uitkering als voorschot werd uitgekeerd. Na ontvangst van definitieve belastingaanslagen over 2010 en 2011 stelde het Uwv vast dat te veel voorschot was betaald en vorderde een bedrag van €10.298,60 bruto terug.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat het Inkomstenbesluit in strijd was met de artikelen 35aa en 77a van de WW, onder meer omdat het bedrag hoger was dan 100% van zijn inkomsten in de startperiode en hij niet had geschoven met inkomsten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het Uwv terecht het Inkomstenbesluit toepaste, waarbij inkomsten over een langere periode dan de 26 weken van de startersregeling worden toegerekend.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad motiveerde dat de wetgever en besluitgever bewust hebben gekozen voor een langere periode om oneigenlijk gebruik en verschuiving van inkomsten te voorkomen. Het feit dat appellant niet heeft geschoven met inkomsten doet hieraan niet af. De terugvordering is daarom rechtmatig en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het te veel betaalde WW-voorschot volgens het Inkomstenbesluit.