ECLI:NL:CRVB:2017:599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens inkomsten uit onderneming en buitenland
Appellante ontving bijstand en was sinds 2006 ingeschreven als zelfstandige met een eenmanszaak. Het college herzag haar bijstand en vorderde terug wegens niet opgegeven inkomsten uit haar bedrijf en activiteiten in Griekenland.
Na onderzoek door sociaal rechercheurs en het Internationaal Bureau Fraude-informatie bleek dat appellante inkomsten had uit Nederland en Griekenland die niet waren verrekend met de bijstand. Het college herzag de bijstand over meerdere jaren en vorderde een bedrag van ruim €42.000 terug, later verlaagd tot €27.305,80.
Appellante voerde aan dat de bescheiden schaalregeling een inkomensvrijstelling bood en dat de terugvordering onterecht was. De Raad oordeelde dat de regeling geen vrijstelling is maar een maximum voor toepassing van de regeling, en dat het college bevoegd was tot herziening en terugvordering. Wel stelde de Raad vast dat het college te laat actie had ondernomen na een signaal in 2007, waardoor terugvordering over 2008 en 2010 niet geoorloofd was.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college voor zover het terugvorderingsbedrag betreft, stelde het bedrag vast op €23.032,67 en veroordeelde het college in de kosten van appellante. Tevens werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het terugvorderingsbedrag werd vastgesteld op €23.032,67 en het college werd veroordeeld in de kosten van appellante.