ECLI:NL:CRVB:2017:605
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde financiële transacties
Appellante ontving sinds 1999 bijstand en verrichtte in de jaren 2009 tot en met 2011 meerdere financiële transacties naar de Dominicaanse Republiek ter waarde van ruim €35.000,-. Deze transacties werden niet gemeld aan het college, wat leidde tot een onderzoek en uiteindelijk tot intrekking en terugvordering van de bijstand over de betreffende maanden.
De rechtbank stelde vast dat het college een motiveringsgebrek had in het besluit over februari 2011, waarna het college dit herstelde met een nader besluit. De rechtbank vernietigde het besluit voor februari 2011 maar verklaarde het beroep tegen het nader besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het ging om vriendendiensten en dat zij slechts kleine vergoedingen ontving. De Raad oordeelde dat het verrichten van op geld waardeerbare werkzaamheden, ongeacht intentie of daadwerkelijke inkomsten, gevolgen kan hebben voor het recht op bijstand. Omdat appellante de transacties niet had gemeld, schond zij haar inlichtingenverplichting. Het recht op bijstand kon daardoor niet worden vastgesteld.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde financiële transacties.