ECLI:NL:CRVB:2017:610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding niet vanaf startdatum bewezen
Appellante ontving bijstand sinds 1984 en stond ingeschreven op een adres te Rotterdam. Na een anonieme melding dat zij samenwoonde met haar vriend L, voerde de gemeente Rotterdam onderzoek uit. Op basis hiervan trok het college bijstand in vanaf 1 december 2012 en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep. De Raad oordeelde dat hoewel hoofdverblijf en wederzijdse zorg aannemelijk zijn, dit niet vanaf 1 december 2012 kon worden vastgesteld. Appellante verklaarde dat L pas vlak voor oud en nieuw 2012 in haar woning kwam verblijven.
De Raad vernietigde daarom het besluit voor de periode 1 tot en met 29 december 2012 en bepaalde dat het college een nieuwe berekening moet maken voor de periode vanaf 30 december 2012. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Raad mogelijk is.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over 1-29 december 2012 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding vanaf die datum.