Uitspraak
8 april 2016, 15/6990 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college om een tijdelijke maatwerkvoorziening bestaande uit passende maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek bij besluit van 19 juni 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 9 oktober 2015, gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wmo 2015.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, met verwijzing naar het koppelingsbeginsel in artikel 1.2.2 Wmo 2015, dat vreemdelingen zonder verblijfsrecht geen aanspraak geeft op dergelijke voorzieningen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel recht had op een maatwerkvoorziening, maar de Centrale Raad van Beroep volgde dit niet en verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1).
De Raad bevestigde dat appellant geen vreemdeling is die op grond van de Wmo 2015 aanspraak kan maken op voorzieningen en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van het verzoek om een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 wordt bevestigd.