Uitspraak
10 juli 2015, 15/1982 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als beheerder in een fietsenstalling, meldde zich ziek vanwege psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Na bezwaar en een deskundigenonderzoek bleef dit besluit gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij PTSS had door een schietincident en lichamelijke klachten die zijn arbeidsvermogen beperkten. Hij betwistte de beoordeling van het UWV dat hij niet beperkt was in aandacht en concentratie. De Raad concludeerde dat de medische en arbeidskundige onderzoeken, waaronder het expertiserapport van psychiater Cohen, geen aanwijzingen gaven voor beperkingen die tot een hogere arbeidsongeschiktheidspercentage leiden.
De Raad oordeelde dat appellant de eenvoudige functies die hem werden voorgesteld kan verrichten en dat zijn taalbeheersing geen belemmering vormt. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.