Uitspraak
29 april 2016, 15/6659 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd door het college afgewezen op basis van artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant geen aanspraak kon maken op een maatwerkvoorziening volgens de Wmo 2015. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellant niet kwalificeert als vreemdeling die op grond van artikel 1.2.2 Wmo 2015 aanspraak kan maken op voorzieningen, noch is hij gelijkgesteld aan een Nederlander volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:CRVB:2017:1 en ECLI:NL:RVS:2016:2286) en bevestigt de afwijzing van het verzoek. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van het verzoek om een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 wordt bevestigd.