Uitspraak
22 april 2016, 15/7521 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
€ 1.260,-;
- veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.485,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd op 19 juni 2015 afgewezen. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde het college in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Vervolgens stelde zij beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het inhoudelijke besluit ongegrond, stellende dat appellante geen aanspraak kon maken op een maatwerkvoorziening op grond van artikel 1.2.2 van de Wmo 2015. In hoger beroep bevestigt de Raad dit oordeel, verwijzend naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1).
De Raad oordeelt echter dat het college ten onrechte geen dwangsom heeft toegekend voor het te laat beslissen op het bezwaar. Omdat het college na een schriftelijke ingebrekestelling meer dan twee weken te laat was met de beslissing, is een dwangsom verschuldigd. De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het geen dwangsom toekent, stelt de dwangsom vast op €1.260,- en veroordeelt het college in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de dwangsom wegens te late beslissing, het college moet €1.260,- dwangsom betalen en wordt veroordeeld in de proceskosten.