ECLI:NL:CRVB:2017:904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor extra kosten bewindvoering wegens niet tijdige aanvraag
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor extra kosten van bewindvoering die waren gemaakt in verband met schuldhulpverlening. De kantonrechter had op 29 november 2013 een machtiging verleend voor deze extra uren, maar appellant diende de aanvraag bijzondere bijstand pas op 5 december 2013 in. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten waren opgekomen vóór de datum van de aanvraag, wat volgens de beleidsregel bijzondere bijstand 2012 niet wordt vergoed.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en in hoger beroep betoogde appellant dat hij niet eerder kon aanvragen dan na de machtiging en dat het college jarenlang aanvragen met terugwerkende kracht had gehonoreerd. Hij stelde dat het college hierdoor het rechtszekerheids- en gelijkheidsbeginsel had geschonden.
De Raad oordeelde dat de kosten zijn opgekomen op de datum van de machtiging en dat de aanvraag uiterlijk op die dag had moeten worden ingediend. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een latere aanvraag rechtvaardigden. De door appellant aangevoerde praktijk van het college betrof andere situaties dan de onderhavige eenmalige extra kosten, waardoor geen sprake was van ongelijke behandeling of schending van rechtszekerheid.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor extra kosten bewindvoering wordt afgewezen wegens niet tijdige indiening.