ECLI:NL:CRVB:2017:966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant is sinds juni 2012 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt en heeft in maart 2014 een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een uitkering. Dit besluit is na bezwaar en beroep door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep betoogt appellant dat zijn beperkingen zijn onderschat en dat hij volledig arbeidsongeschikt is, mede op grond van diagnoses van zijn behandelend psychiater en psycholoog. De Raad heeft het verzekeringsgeneeskundig onderzoek van het UWV, inclusief een psychiatrische expertise, zorgvuldig beoordeeld en concludeert dat de beperkingen adequaat en consistent zijn vastgesteld.
De Raad stelt vast dat de diagnose PTSS door behandelaars niet leidt tot een andere beoordeling van de belastbaarheid dan de door het UWV aangenomen angststoornis NAO. De arbeidskundige rapporten motiveren dat appellant geschikt is voor de functies waarop de beoordeling is gebaseerd. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.