ECLI:NL:CRVB:2018:1005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep studiefinanciering en vaststelling studieschuld aan betrokkenen toegerekend
Betrokkenen hadden studiefinanciering aangevraagd via formulieren uit 2004, die zij zelf of hun vader hebben ondertekend. De studiefinanciering werd toegekend en uitbetaald op hun eigen bankrekeningen. Hoewel betrokkenen betwisten dat zij de aanvraag hebben gedaan en de bedragen hebben ontvangen, is vastgesteld dat zij vanaf 2010/2011 redelijkerwijs op de hoogte hadden kunnen zijn van de studiefinanciering via het gebruik van het studentenreisrecht op hun OV-chipkaarten.
De rechtbank had de termijnoverschrijding van het bezwaar verschoonbaar geacht, omdat betrokkenen niet op de hoogte zouden zijn geweest van de studiefinanciering. De Raad oordeelt echter dat de aanvragen en toekenningen aan betrokkenen kunnen worden toegerekend, ook al zijn er wijzigingen door hun moeder aangebracht zonder hun medeweten. Betrokkenen hadden vanaf 2011 navraag kunnen doen over de studiefinanciering en de schulden.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraken en verklaart de beroepen ongegrond. Tevens worden de nieuwe besluiten van 31 juli 2017 vernietigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van betrokkenen worden ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken en besluiten vernietigd.