ECLI:NL:CRVB:2018:1159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste inkomstenopgave en niet duurzaam gescheiden leven
Appellanten ontvingen bijstand over verschillende perioden, maar het college besloot deze bijstand in te trekken en terug te vorderen wegens niet gemelde inkomsten en het niet duurzaam gescheiden leven. Uit politieonderzoek bleek dat appellant aanzienlijke gokwinsten had behaald en betrokken was bij drugshandel, inkomsten die niet aan het college waren gemeld. Daarnaast was appellant gedurende een deel van de periode gedetineerd, maar had appellante wel inkomsten ontvangen die niet waren opgegeven.
De Raad oordeelde dat appellanten in strijd met hun inlichtingenverplichting handelden door deze inkomsten niet te melden, waardoor hun recht op bijstand niet vastgesteld kon worden. Ook werd vastgesteld dat appellanten niet duurzaam gescheiden leefden, waardoor appellante geen zelfstandig recht op bijstand had in de betreffende periode.
De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en de kosten heeft teruggevorderd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd bevestigd, en het hoger beroep van appellanten werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten en het niet duurzaam gescheiden leven.