ECLI:NL:CRVB:2018:1254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- A. Stehouwer
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoofdverblijf bij intrekking bijstandsuitkering wegens extreem laag waterverbruik
Appellante ontving sinds 2006 bijstand en gaf per 12 juni 2013 het uitkeringsadres als woonadres op. Naar aanleiding van meldingen dat zij niet daadwerkelijk op dat adres woonde, voerde het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek onderzoek uit, waarbij gegevens over water-, elektriciteits- en gasverbruik werden opgevraagd en buurtbewoners als getuigen werden gehoord.
Het dagelijks bestuur trok bijstand in en vorderde kosten terug wegens het niet hebben van hoofdverblijf op het uitkeringsadres. De rechtbank vernietigde dit besluit deels en beval een nieuw besluit. Na nader onderzoek met aanvullende verbruiksgegevens en getuigenverklaringen handhaafde het dagelijks bestuur het besluit tot intrekking.
De Raad oordeelde dat het extreem lage waterverbruik (8 m3 over ruim anderhalf jaar) de vooronderstelling rechtvaardigt dat appellante niet op het uitkeringsadres woonde. Appellante slaagde er niet in dit tegendeel aannemelijk te maken, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen en onvoldoende geloofwaardige getuigenverklaringen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van bijstand bevestigd.