ECLI:NL:CRVB:2017:2127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens onvoldoende bewijs woonsituatie
Appellante ontving sinds 2006 bijstand en gaf vanaf 2013 een nieuw woonadres op. Naar aanleiding van meldingen dat zij niet op dit adres woonde, voerde het dagelijks bestuur een onderzoek uit met waarnemingen, energie- en waterverbruikgegevens en getuigenverklaringen. Op basis hiervan werd bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank vernietigde het besluit deels, maar handhaafde de intrekking vanaf 12 juni 2013. In hoger beroep betoogde appellante dat het waterverbruik slechts was gebaseerd op een schatting en dat de overige onderzoeksresultaten onvoldoende waren om haar hoofdverblijf op het adres te ontkennen.
De Raad oordeelde dat het waterverbruik niet met zekerheid kon worden vastgesteld en dat de overige waarnemingen en verklaringen onvoldoende specifiek waren. Het besluit was daardoor niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het dagelijks bestuur een nieuw besluit moet nemen, waarbij alleen beroep bij de Raad mogelijk is.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand vanaf 12 juni 2013 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat appellante niet op het opgegeven adres woonde.