ECLI:NL:CRVB:2018:1296

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 mei 2018
Publicatiedatum
2 mei 2018
Zaaknummer
15/5701 WW-R
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie uitspraak schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn

De Centrale Raad van Beroep heeft op 2 mei 2018 een rectificatie uitgesproken van haar eerdere uitspraak van 21 maart 2018. Deze rectificatie betreft correcties in de procesverloopomschrijving, de datum van het bezwaar en de beslissing omtrent de schadevergoeding.

De zaak betreft een verzoek van betrokkene om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn door de Staat. Betrokkene maakte op 18 december 2013 bezwaar tegen een besluit van 13 november 2013. De Raad heeft de Staat als partij aangemerkt in verband met dit verzoek.

In de rectificatie is onder meer vastgesteld dat de Staat veroordeeld wordt tot betaling van een schadevergoeding van €500 aan betrokkene wegens de overschrijding van de redelijke termijn. De rectificatie is in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep, onder voorzitterschap van H.G. Rottier.

Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

15/5701 WW-R + 15/7162 WW-R
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 21 maart 2018, 15/5701 WW + 15/7162 WW
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
[betrokkene] (betrokkene)
De Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) (Staat)
Datum uitspraak: 2 mei 2018
PROCESVERLOOP
De Raad heeft, na hier door de gemachtigde van appellant, mr. B.J.M. Vernooij, advocaat te Amsterdam, op te zijn gewezen, vastgesteld dat in de uitspraak van de Raad van 21 maart 2018 onjuistheden staan vermeld.
De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 30 maart 2018 aan partijen meegedeeld.
Mr. Vernooij heeft hierop bij brief van 3 april 2018 gereageerd en de Raad meegedeeld akkoord te gaan met de voorgestelde wijzigingen. Het Uwv heeft niet op de brief van
30 maart 2018 gereageerd. In de brief van de Raad is vermeld dat in het geval er geen reactie op de brief wordt gegeven de Raad er van uit mag gaan dat er dan geen bezwaar bestaat tegen de verbeteringen.

OVERWEGINGEN

De Raad wijzigt de uitspraak van 21 maart 2018, 15/5701 WW + 15/7162 WW als volgt.
De laatste alinea onder PROCESVERLOOP wordt gewijzigd in:
‘Naar aanleiding van een verzoek om schadevergoeding door betrokkene wegens overschrijding van de redelijke termijn heeft de Raad de Staat als partij aangemerkt’.
De eerste zin van overweging 5.2 wordt gewijzigd in:
‘5.2. Betrokkene heeft op 18 december 2013 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 november 2013.’
In het onderdeel BESLISSING wordt het derde gedachtenstreepje gewijzigd in:
‘- veroordeelt de Staat tot betaling aan betrokkene van een vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van
€ 500,-;’
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 21 maart 2018 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en
A.I. van der Kris en E. Dijt als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2018.
(getekend) H.G. Rottier
(getekend) R.L. Rijnen

OS