ECLI:NL:CRVB:2018:1308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging herziening studiefinanciering wegens onvoldoende bewijs en ontoelaatbaar onderzoek
Betrokkene ontving studiefinanciering als uitwonende student vanaf september 2014. De minister herzag deze toekenning op basis van een onderzoek naar de woonsituatie, uitgevoerd door controleurs van een privaat bedrijf. Dit leidde tot terugvordering van €1.208,70.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende feitelijke grondslag. In hoger beroep voerde de minister aanvullend bewijs aan in de vorm van reisgegevens, maar betrokkene stelde dat het oorspronkelijke onderzoek door onbevoegde controleurs was verricht en dat de reisgegevens onrechtmatig waren verkregen.
De Raad oordeelt dat het onderzoek door onbevoegde controleurs is uitgevoerd en de bevindingen als bewijs ontoelaatbaar zijn. De reisgegevens bestrijken een periode na de controle en kunnen niet als enig bewijs dienen. Hierdoor is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en wordt de vernietiging van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de herziening van studiefinanciering wegens ontoelaatbaar bewijs en onvoldoende feitelijke grondslag.